Tagarchief: bespiegelingen

Primus Ballerinus

In Trouw van afgelopen zaterdag betoogde Rosita Steenbeek dat vrouwelijke vormen van beroepsnamen (politica, schrijfster) emancipatoir juist goed zijn: ze maken zichtbaar dat ook vrouwen deze beroepen uitoefenen, en zou daarmee de gelijkheid tussen man en vrouw versterken en acceptatie van vrouwen in traditioneel “mannelijke” beroepen bevorderen.

Ik begrijp de redenering van Steenbeek, maar kan het er om twee redenen niet mee eens zijn. In tegendeel: ik denk dat het handhaven van genderspecifieke beroepsnamen juist een averechts effect heeft, in elk geval op de lange termijn.

Welke twee redenen?

Insectenadel

Zo kwam er toch nog een waardevol weetje voort uit de barre, frustrerende winterse omstandigheden: hoe William Goldman aan zijn titel kwam.

Nu ja, ik geef het toe: het was niet alleen maar frustrerend. Van de Rijnbandijk af sleeën en zelfs skiën, terwijl aan de andere kant het hoogwater tegen het dijklichaam klotst, dat had wel een surrealistische magie.

Maar toen begon een nieuwe lawine van afzeggingen en annuleringen. Voetbalwedstrijden, allá. Daar merk ik sowieso nooit iets van. Dat de Avri te elfder ure aankondigde dat ze het GFT niet komen ophalen morgen, daar valt omheen te werken. En dat de treinen niet rijden, dat zal in deze thuiswerktijden toch amper worden opgemerkt.

Maar tot slot e-mailde het schoolbestuur dat ze vanwege de sneeuw en de gladheid toch maar een dagje later open gaan. En laat me je vertellen: als je kinderen al vijf weken thuis zitten, een lockdown met avondklok gaande is, het hele gezin langzamerhand doldraait en het enige waar we ons op verheugen het heropenen van de scholen is… dan is ijsvrij géén reden voor vreugde.

Al gauw bereikten we in de familie-appgroep de consensus dat morgen tot Nationale Baaldag moest worden uitgeroepen. Met landelijke protesten. Inclusief barricades van hooibalen en erediensten voor Baäl (een kostelijke woordspeling).

Waarop ik me ineens afvroeg: wat was dat eigenlijk voor god, die Baäl?

En wat blijkt: Baäl was helemaal geen god! Althans niet op zichzelf. Baäl was ruim voor Christus, in het Midden-Oosten, gewoon een eretitel, vergelijkbaar met “Heer”, en op vergelijkbare manier gebruikt, om de lokale oppergod aan te duiden. Kanaänieten, Feniciërs, Arameeërs en de Carthagers hadden elk zo hun eigen Baälen, vernoemd naar een lokale plaats- of eigennaam. Baäl Hadad, bijvoorbeeld, of Baäl Melqart, of Baäl Moloch.

Of Baäl Zebub.

Ook bekend als Beëlzebub. Een van de zeven prinsen van de Hel. Vaak, maar strikt genomen onterecht, gebruikt als een andere naam voor Satan.

Nu lijken de geleerden ietwat verdeeld over de herkomst en betekenis van deze specifieke naam. Maar in de basis is er enige consensus: volgens de meesten was Baäl Zebul, te vertalen als “Heer van het Huis”, een godennaam, en hebben de Israëlitieten, die zichzelf qua religie toch wat verder geëvolueerd achtten, dat spottend verbasterd tot “Bäal Zebub“, wat met maar één letter verschil de betekenis verlaagt tot “Heer van de Vliegen”.

En toen viel er, decennia te laat voor mijn leeslijst Engels, een kwartje.

Lord of the Flies.

Zonder de sneeuw had ik dat nooit geweten.

De Kunst Van Het Goed Zijn

Is het überhaupt mogelijk om goed te zijn in kunst?

Vorig jaar heb ik een zeer plezierige week doorgebracht in een hotel aan het strand, waar ik de training Inzicht en Invloed van Bureau Zuidema volgde. Om tegenwicht te bieden voor de emotioneel veeleisende, confronterende inhoud van de cursus als geheel, telde het programma van de laatste dag een oefening die nergens anders voor diende dan het genereren van een goed gevoel. De oefening bestond uit vijf minuten om voor de groep alles op te sommen wat je aan goede eigenschappen en positieve punten over jezelf kon bedenken*, waarna je mocht toehoren hoe de anderen beurtelings alle positieve dingen opsomden die zij van je hadden gezien. Het moge geen verrassing zijn dat iedereen zich na afloop van deze oefening erg goed voelde over zichzelf; het was immers niets meer of minder dan een bad van oprechte en onverwachte complimenten.

Toen het mijn beurt was, noemde ik als een van mijn positieve punten dat ik goed kan autorijden**.  Daarop reageerde medecursist Michael, een geweldige vent maar veel meer een motorrijdende, maximumsnelheid-verslindende, met-vier-biertjes-de-snelweg-opkunnende macho dan ik ooit zou kunnen zijn, zonder alle dédain uit zijn stem te kunnen filteren:

“Je kan je zeker heel goed aan de regels houden.”

Oei, wat gaf je daarop voor repliek?

Eerste Klas Gedrag

Den Haag Centraal, 16:44. De NS heeft weer eens de helft van het treinstel elders laten staan. Omdat de intercity naar Amsterdam dan altijd schreeuwend druk is—en vooral omdat ik in een volgestouwde coupé niet aan schrijven toe kom—geef ik bij de automaat nog snel het extra geld uit voor een upgrade naar eerste klas. Net op tijd zijg ik neer om een comfortabele stoel met ruimte om me heen voor mijn typende ellebogen, en ga aan het werk.

Op station Leiden komen twee keurige dames van rond de veertig de coupé binnen. Met besmuikte bravoure zegt de brunette in het wilde weg:

“Ik ga gewoon hier zitten hoor!”

Wat gebeurde er toen?

Niet Moslims, Maar Mensen

Nu ook in Het Parool (22 januari 2015):

Het Laatste Woord - Moslims (22 januari 2015) - kleinVeel te veel is al gezegd over de noodzaak—of zelfs de verplichting—van Moslims om de Charlie Hebdo-moorden te veroordelen en daar afstand van te nemen. De meest verleidelijke redenering daaromtrent, van filosoof Frank Meester in Het Parool van afgelopen zaterdag, is bewonderenswaardig pragmatisch: het is nu eenmaal zo dat het gedrag van enkelingen (of het nu skinheads zijn of fundamentalistische moslims) de perceptie van velen bepaalt. Als herkenbare Moslim word je geassocieerd met de daden van je geloofsgenoten; dat kan je alleen vermijden door uitdrukkelijk afstand te nemen.

Je Suis HumanitéMaar dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. Het begint ermee dat een meerderheid van onnozelen ervoor kiest om alle Moslims over een kam te scheren, in plaats van zich te realiseren dat de djellaba-dragende buurman, de uitbater van de buurtsuper, en de oogarts met de Arabische achternaam net zo weinig relatie hebben met Charlie Hebdo als zijzelf met de IRA of de Unabomber. Dat is de verwerpelijke essentie van discriminatie en racisme: een hele groep veroordelen op basis van het gedrag van enkelen die toevallig van diezelfde groep lid zijn.

Lees verder…