Tagarchief: irritatie

Makkelijker kunnen ze het ook al niet maken

De Belastingdienst geeft al jaren toe dat ze het niet leuker kunnen maken. Dat ben ik met ze eens. Ik trek echter ook de bewering die ze daar telkens op laten volgen in twijfel: makkelijker maken vinden ze duidelijk ook niet zo makkelijk.

Als zelfstandige moet ik van de Belastingdienst elk kwartaal btw-aangifte doen. Op 6 april deed ik dus braaf aangifte over Q1 van 2020. Uit de aangifte bleek dat ik een kleine nabetaling moest doen. Omdat ik gewend ben dat de Belastingdienst de aangifte verwerkt, een conclusie trekt en dan een acceptgiro stuurt, zette ik de hele aangifte vervolgens uit mijn hoofd.

Laat me raden, dit verhaal heeft nog een staartje…

Zes Miljoen Nederlanders Geloven Niet In Geboorte

Het mag een wonder heten dat ik niet kreunend van wanhoop met mijn hoofd tegen een muur sta te bonken.

Bas Roelman van dagblad Trouw publiceert vandaag over een rapport van onderzoeksbureau Motivaction, waaruit zou blijken dat de meeste Nederlanders in wonderen geloven. Toen ik dat las, ging ik geschokt rechtop zitten: zou het echt zo beroerd gesteld zijn met de bijgelovigheid van de gemiddelde Nederlanders?

En in de eerste alinea van het stuk staat het echt: 63% van de Nederlanders gelooft in meer of mindere mate in wonderen; slechts 32% gelooft er niet in.

Wat? Hoe zit dat?

Terug Naar De Jaren Vijftig Met Apple Family Sharing

Wie had kunnen bevroeden dat uitgerekend Apple ons stevig in de jaren vijftig geworteld wil houden?

Ja, je kan in iTunes vroege rock’n’roll kopen. Maar die vijftiger jaren bedoel ik niet. Ik doel op de jaren vijftig van de traditionele rolverdeling: een kostwinner en een thuisblijvende ouder, met liefst nog pappa als de eerste en mamma als de tweede.

Hoezo?

Een wachtwoord voor mijn wachtwoord

Onderbroeken? Check! Tandenborstel? Check! Lekkere kazen en biertjes? Check! Microsoft Surface voor het broodnodige schrijf- en redigeerwerk? Check!

Vanmorgen om negen uur had ik mijn checklist al volledig afgewerkt voor de jubileumeditie van de Villa Diodati Expat Writers Workshop, die met editie 18 dit weekeinde haar tienjarig bestaan viert. Mijn koffertje stond klaar; mijn jas had ik al voor de grijp gelegd.

Gisteravond had ik zelfs mijn reistraject nog gecontroleerd en ontdekt dat mijn ICE niet in Köln zou kunnen stoppen; met één last-minute telefoontje naar NS International had ik mijn eerste overstap kunnen omboeken van Köln naar Frankfurt, en andere zitplaatsen kunnen reserveren.

Wat kon er nu nog misgaan?

Beroerde Broers

Een terugkerend verschijnsel uit de Nederlandse filmkritiek blijft me verbazen: de liefdadigheidsster. Het viel me voor het eerst op toen Zwartboek alom met vier of vijf sterren werd bewierookt, terwijl ik in de bioscoop uiteindelijk een middelmatige en weinig vernieuwende Nederlandse Oorlogsfilm zag, rijk voorzien van de cliché’s die al een halve eeuw in Nederlandse oorlogsfilms opduiken.

Sindsdien verdenk ik de recensenten ervan dat zij Nederlandse films structureel een sterretje (of twee) méér gunnen. Of ze dat doen om de Nederlandse filmindustrie te stimuleren, omdat ze inspanning en ijver laten meewegen, of dat ze de intrinsieke kwaliteit van het Nederlands product echt overschatten, daarop blijf ik het antwoord schuldig.

En hoe slaat dat op Broers?

De Hoogste-Prijsgarantie Van MediaMarkt

Mijn vrouw: “We hebben een nieuwe stofzuiger nodig!”

Ik: <stofzuigt de bovenverdieping en is genoodzaakt om het apparaat vierentachtig keer opnieuw in elkaar te zetten>

Ik: “We hebben een nieuwe stofzuiger nodig!”

Consumentenbond.nl: “Dit is de beste stofzuiger voor uw geld.”

Vergelijk.nl: “Die kan je voor 106 euro kopen bij de webshop van MediaMarkt of bij één van hun winkels. En bij geen enkele andere winkel trouwens.”

Ik: <claimt winkelaanbieding van één van de winkels>*

Winkel: “Sorry, uitverkocht**.”

Ik: <klikt door naar de webshop van MediaMarkt>

MediaMarkt webshop: “Ja hoor, dat artikel hebben wij. Voor 139,95.”

Dat pikte je toch niet?

Racist

Beste Brommer,

Allereerst bedankt voor je keuze om mij op de hoogte te stellen van je gevoelens en je gedachten, of wat daarvoor doorgaat in jouw hoofd. Bij dit dankwoord moet ik wel meteen kwijt dat de door jou gekozen communicatievorm minder prettig bij mij binnenkwam dan je misschien bedoelde. Omkeren met je brommer om woest achter me aan te scheuren, met piepende banden naast me tot stilstand komen, en vervolgens een met scheldwoorden en bedreigingen gelardeerde tirade afsteken waar ik geen woord tussen kon krijgen, nodigde niet bepaald uit tot dialoog. Je stelde weliswaar enkele vragen (“Wat had je nou, man?” schiet me als voorbeeld te binnen), maar liet telkens geen pauze vallen voor een antwoord, waardoor ik niet anders kan dan concluderen dat je die vragen retorisch inzette. Je betoog was bovendien niet coherent genoeg om mij na afloop tot een zinvolle repliek te verleiden.

Lees verder…

Waarom Ik Niet Meer Met Anti-Vaxxers Discussieer, Maar Ze Ontvriend

Gisteravond heb ik iemand ontvriend en geblokkeerd op Facebook na een discussie over vaccinatie.*

Hij was niet eens rabiaat fundamentalistisch over het onderwerp. Desalniettemin droeg zijn debatteerstijl alle kenmerken van de wijd verbreide desinformatiestrategie van de antivaccinatiebeweging. En daarom weiger ik mij nog langer te laten verleiden tot deze discussies. En daarom zal voortaan iedereen die dit debat probeert te voeren op mijn tijdlijn of mijn website, en die na meerdere waarschuwingen niet ophoudt, hetzelfde lot ondergaan als deze iemand.

“Maar discussie is goed,” hoor ik je argumenteren. “Discussie maakt mogelijk dat deelnemers van gedachten veranderen, informatie en standpunten uitwisselen, wetenschappelijke kennis delen. Het monddood maken van het debat houdt louter onenigheid in leven en verhindert verandering.”

Dat zou waar zijn als de gegeven omschrijving van de meerwaarde van debat van toepassing was op anti-vaccinatiespreekbuizen.

Maar dat is hij niet.

O nee? Waarom niet?