Tagarchief: mijn stad

Racist

Beste Brommer,

Allereerst bedankt voor je keuze om mij op de hoogte te stellen van je gevoelens en je gedachten, of wat daarvoor doorgaat in jouw hoofd. Bij dit dankwoord moet ik wel meteen kwijt dat de door jou gekozen communicatievorm minder prettig bij mij binnenkwam dan je misschien bedoelde. Omkeren met je brommer om woest achter me aan te scheuren, met piepende banden naast me tot stilstand komen, en vervolgens een met scheldwoorden en bedreigingen gelardeerde tirade afsteken waar ik geen woord tussen kon krijgen, nodigde niet bepaald uit tot dialoog. Je stelde weliswaar enkele vragen (“Wat had je nou, man?” schiet me als voorbeeld te binnen), maar liet telkens geen pauze vallen voor een antwoord, waardoor ik niet anders kan dan concluderen dat je die vragen retorisch inzette. Je betoog was bovendien niet coherent genoeg om mij na afloop tot een zinvolle repliek te verleiden.

Lees verder…

Proficiat, Aarde!

Misschien wel het belangrijkste nieuws van het nieuwe Millennium–volgens sommige criteria zelfs verreweg het belangrijkste nieuws sinds het begin van de Industriële Revolutie–lijkt veel minder indruk te maken dan ik had verwacht.

Hoewel het op zich afdoende aanleiding is voor wereldwijde feesten, reusachtige vuurwerkshows (okee, die misschien niet), liters champagne en een geboortegolf over negen maanden, heeft het feit dat de hele wereld overeenstemming heeft bereikt over klimaatverandering vooralsnog tot geen van die dingen geleid (hoewel we wat één ervan betreft zullen moeten afwachten tot september).

Dit is groots, mensen!

Hoe groots, bedoel je?

Je Helper In Het Gezicht Pissen

Bad BollieOnlangs kreeg ik vreselijke digitale ruzie met A. Geappte scheldpartijen, steeds langere e-mails vol argumenten en verwijten over en weer, felle passie en ijskoude redelijkheid, culminerend in een dikke streep onder de vriendschap: zo’n ruzie. Dankzij die ruzie weet ik weer waarom de stenen boekwinkel nog onverminderd bestaansrecht heeft, en dat hopelijk ook altijd zal behouden.

Het begon onschuldig. Dacht ik. Ik wil mijn boeken verkopen, en verwijs mensen daartoe graag naar Bol.com, niet omdat mijn boeken daar leverbaar zijn (want dat zijn ze bij de webwinkels van álle boekhandels), ook niet omdat Bol lage verzendkosten hanteert (want van de andere boekwinkels weet ik dat niet eens), maar domweg omdat Bol mij geld geeft als ik klanten naar ze doorstuur. Met enige regelmaat plaats ik dus berichtjes in mijn Twitter-feed en op mijn Facebook-pagina dat mijn boeken nog steeds verkrijgbaar zijn, met een link naar de werken zelf bij Bol.com.

Zo ook twee weken geleden.

Binnen tien minuten was A in de digitale pen geklommen om mij per WhatsApp voor rotte vis uit te maken.

Loopt dit wel goed af?

Hij Zei, Zij Zei – Een Veerpontincident

16:36:38 Hondje bij veerpont CSDe forens voelt zijn woede uit zijn buik omhoog vlammen. Dit is zó onverdiend! Voor hij zichzelf kan tegenhouden, heeft hij de vrouw zijn middelvinger getoond en de bijbehorende woorden gesproken. Hij heeft direct spijt, vooral vanwege het kleine meisje dat er geschrokken bij staat, maar zijn woede is echt, en de verontwaardiging ook. Hij keert terug naar zijn plek bij de deur, maar kalmeren doet hij niet.
Het incident laat hem niet los, ook niet als hij zijn bakfiets heeft gepakt en door het stralende weer naar de school van zijn oudste fietst. Waarom reageerde zij zo fel? Waarom was haar reactie zo buiten proportie tot zijn daden?
Wat bezielde haar?

Ja, wat bezielde haar?

Een Rustig Kopje Koffie

Met een tevreden zucht zeeg ik neer op mijn plek. Mijn verse bakkie vond een plekje op het tafeltje, samen met mijn verzameling warme broodjes. Het was 6:20, zelfs voor mijn doen vroeg, en ik had met gemak de directe Intercity naar Den Haag gehaald, met nog tijd over om een snel ontbijt te verwerven voor ik moest instappen. Ik nam een hap van mijn saucijzenbroodje en voelde aan mijn koffiebeker, maar moest constateren dat de koffie nog te heet was voor dat hemelse eerste slokje van de ochtend. Ik opende mijn Kindle en las verder waar ik gisteravond was gebleven, terwijl ik happen saucijs wegkauwde. De speakers kwamen krakend tot leven toen de hoofdconducteur de eindbestemming aankondigde. Daarna waren het geluid van mijn gekauw en het klikken van de bladerknoppen van de Kindle bijna luid in de rustgevende stilte van de Stiltecoupé.

stilteAh, die stiltecoupés. Een paar jaar geleden waren die als welkome toevoeging in de NS-treinen verschenen, om forenzen en andere vaste passagiers, en zelfs incidentele reizigers met een voorliefde voor rust en stilte, een kans te bieden om rustig te werken, lezen, of zelfs maar uit het raam te staren, zonder dat enige geluiden de stilte zouden verstoren. De coupés waren duidelijk gemarkeerd in meerdere talen met de woorden “silence / stilte” op alle ramen, en waren bedoeld om een oase van rust te bieden aan iedereen die dat nodig had.

Maar dit is Nederland.

Dus wat gebeurde er?